Overslaan en naar de inhoud gaan

Gespoten PUR-isolatie en gezondheid: feiten, uitvoering en verantwoordelijkheid

PUR dat gespoten wordt op betonplaat

Gespoten polyurethaanschuim (PUR) is een courante isolatietechniek in de renovatie/nieuwbouw van woningen. Toch duikt het materiaal regelmatig op in publieke discussies waarin sterke bewoordingen worden gebruikt, gaande van “ongezond” tot “het nieuwe asbest”.

Voor een sector die inzet op kwaliteit, veiligheid en vertrouwen is het essentieel om dit debat te voeren op basis van onafhankelijk onderzoek en verifieerbare feiten. Precies daarom werd in Nederland een uitgebreid evaluatietraject opgezet onder leiding van de Gezondheidsraad.

Onafhankelijke evaluatie door de Gezondheidsraad

In 2020 publiceerde de Gezondheidsraad, het officiële wetenschappelijke adviesorgaan van de Nederlandse overheid, het rapport “Gespoten PUR-schuimisolatie en gezondheid”. Dit advies is gebaseerd op:

  • praktijkmetingen in woningen
  • analyse van internationale wetenschappelijke studies
  • eerdere onderzoeken van TNO en RPS
  • medische evaluaties volgens vastgelegde protocollen

De centrale conclusie van dit advies is duidelijk en ondubbelzinnig:

Bij juiste toepassing van gespoten PUR-schuim is de blootstelling van bewoners zeer laag en zijn nadelige gezondheidseffecten onwaarschijnlijk.

Dit uitgangspunt vormt vandaag het referentiekader voor beleid, regelgeving en uitvoeringspraktijk.


Praktijkmetingen bevestigen lage blootstelling

De evaluatie door de Gezondheidsraad bouwt voort op meerdere praktijkonderzoeken. Zo voerde TNO metingen uit in woningen vóór, tijdens en na het aanbrengen van gespoten PUR-vloerisolatie. Daarbij werd gemeten in kruipruimtes en woonruimtes, over meerdere dagen.

De resultaten tonen aan dat de gemeten concentraties van relevante stoffen in woonruimtes onder de gezondheidskundige advieswaarden bleven. Op basis hiervan werd geconcludeerd dat bij correcte uitvoering geen acute of chronische gezondheidsrisico’s voor bewoners te verwachten zijn.

Ook het onderzoek van RPS Advies- en Ingenieursbureau, uitgevoerd in zeven woningen, bevestigt dit beeld. In woonruimtes werden geen of slechts zeer beperkte concentraties vastgesteld, steeds ruim beneden de geldende publieke limietwaarden. Het blootstellingsrisico voor bewoners werd daarbij als zeer laag beoordeeld.

Meetresultaten in woonkamers in verhouding tot limietwaarden

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de hoogst gemeten concentraties in woonkamers, afgezet tegen de bijbehorende gezondheidskundige limietwaarden. De cijfers tonen aan dat de gemeten waarden ruim binnen de geldende veiligheidsmarges blijven.

Overzicht van meetresultaten in woonkamers (µg/m³)
Stof Hoogst gemeten concentratie1 Limietwaarde
Isocyanaten
Isocyanzuur 0,868 123
Methylisocyanaat 0,040 123
Ethylisocyanaat < detectiegrens2 123
Propylisocyanaat < detectiegrens2 123
Fenylisocyanaat 0,025 143
DifenyImethaandiisocyanaat (MDI) 0,2514 203
Blaasmiddelen
1,1,1,2,3,3,3-heptafluorpropaan 13.403 3.658.000
1,1,1,3,3-pentafluorbutaan 123.415 1.219.000
Katalysatoren
Dimethylbenzylamine 7,91 24
N,N-Dimethylcyclohexylamine 8,42 875
2-Dimethylaminoethanol 19,34 1.500
2,2’-Iminodiethanol 1,13 210

1 Hoogst gemeten concentratie die duidelijk verhoogd is ten opzichte van achtergrondmetingen in de woonkamer.
2 Meting onder de detectiegrens.
3 Limietwaarde geldt niet voor sensibilisatie en mogelijke allergene effecten.


Uitvoering bepaalt veiligheid

De beschikbare onderzoeken maken duidelijk dat het gezondheidsaspect van gespoten PUR geen materiaalvraagstuk, maar een uitvoeringsvraagstuk is.

Gespoten PUR ontstaat ter plaatse via een chemische reactie. De veiligheid voor bewoners wordt bepaald door:

  • correcte mengverhouding en procesbeheersing
  • volledige uitharding van het schuim
  • naleving van ventilatie- en afwezigheidsregels
  • uitvoering door opgeleide en gecertificeerde bedrijven

Wanneer deze voorwaarden worden gerespecteerd, tonen metingen en evaluaties aan dat de blootstelling van bewoners beperkt en beheerst blijft.

Duidelijk onderscheid tussen bewoners en uitvoerders

Uit alle onderzoeken blijkt dat de hoogste blootstellingen optreden tijdens het spuitproces zelf. Dit betreft in de eerste plaats de uitvoerders, niet de bewoners.

Om die reden ligt de nadruk op:

  • opleiding en vakbekwaamheid
  • correcte werkprocedures
  • persoonlijke beschermingsmiddelen

Voor bewoners gelden duidelijke voorzorgsregels, waaronder de verplichting om tijdens de werkzaamheden en tot twee uur daarna niet in de woning aanwezig te zijn. Deze maatregel wordt beschouwd als een passende en effectieve manier om blootstelling te vermijden.

Een verantwoord en feitelijk debat

Gespoten PUR-isolatie is geen risicoloze handeling, zoals geen enkele bouwtechniek dat is. Maar de beschikbare onafhankelijke evaluaties tonen aan dat het materiaal niet kan worden gelijkgesteld aan producten met intrinsieke en blijvende gezondheidsrisico’s.

Een volwassen debat over isolatie en gezondheid vraagt daarom:

  • focus op meetbare blootstelling, niet op veronderstellingen
  • aandacht voor uitvoeringskwaliteit en vakmanschap
  • vertrouwen op onafhankelijke evaluaties

Die benadering is essentieel om bewoners correct te informeren én tegelijk de noodzakelijke renovatie en verduurzaming van het woningbestand op een verantwoorde manier mogelijk te maken.

Bronnen

  • Gezondheidsraad (2020). Gespoten PUR-schuimisolatie en gezondheid. Advies aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, publicatienummer 2020/24 (PDF).
  • Gezondheidsraad (2020). Overzicht van studies naar blootstelling en naar gezondheidsklachten na woningisolatie met gespoten PUR-schuim. Achtergronddocument 2020/24A/02 (PDF).
  • TNO (2013). Evaluatie van gezondheidsrisico’s voor bewoners op basis van metingen tijdens en na aanbrengen van SPF-vloerisolatie. TNO-rapport R11049 (PDF).
  • RPS Advies- en Ingenieursbureau (2014). Onderzoek naar emissies van gespoten PUR-schuim in kruipruimtes van woningen. Samenvattend rapport (PDF).